Kwaliteit in de gebouwde omgeving

Intro

This is a presentation given on invitation of the Antillean Society of Architects and Engineers (SAIA) the way to improve the quality of the built environment.

Kwaliteit in de gebouwde omgeving

 

Inleiding
Voordat je een uitspraak kan doen over wat “kwaliteit in de gebouwde omgeving” inhoud, zul je eerst moeten trachten om eenduidig aan te geven wat je er mee bedoelt.
De term gebouwde omgeving is eenduidig te omschrijven, het is het geen wat de mens gemaakt heeft, het tegenovergestelde van natuur. Uit de aardrijkskunde lessen herinneren we ons de cultuur- en de natuurlandschappen. Cultuurlandschappen waren door de mens gemaakt en de andere door de niet mens (ieder mens geeft daar een eigen invulling aan). De gebouwde omgeving zijn onze cultuurlandschappen

Maar het woord kwaliteit is veel ingewikkelder. Wat is kwaliteit?
“Van Dale” geeft 3 betekenissen voor het woord kwaliteit:
1. de hoedanigheid van stoffen en waren met betrekking tot het gebruik dat er van gemaakt moet worden
2. eigenschap (met betrekking tot waardering), vooral van personen
3. hoedanigheid, staat, waardigheid, functie v.b.In zijn kwaliteit als architect kan hij oordelen of dat gebouw een bijdrage leverd aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving.

Als we naar de eerste betekenis kijken dan valt dat nog te meten of te kwantificeren. De kwaliteit van staal die is genormeerd, dus als we het hebben over Feb 400 dan weet iedereen met welke kwaliteit staal we te maken hebben.
Maar als we het hebben over de kwaliteit van de gebouwde omgeving dan hebben wij het ook over kwaliteit in de betekenis van eigenschap met betrekking tot waardering. En de waardering die mensen aan de gebouwde omgeving geven is persoons afhankelijk. Een ontwikkelaar vind een stuk grond interessant vanwege de mogelijkheden die het bied tot winstgevende exploitatie. Een archeoloog kan hetzelfde stuk grond interessant vinden om de archeologische waarde. Spreek je nu van kwaliteit als daar een 5 sterren hotel komt of als het op zo’n manier ontwikkeld wordt dat de archeologische waarde zichtbaar wordt en geconserveerd wordt voor het nageslacht.

In de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (van het ministerie van VROM in Nederland) heeft men het in plaats van over de kwaliteit van de gebouwde omgeving over de ruimtelijke kwaliteit, dit is een breder begrip want hier kan ook de natuur in worden meegenomen. Aangezien de natuur ook een belangrijke onderdeel vormt van de omgeving waarin wij verblijven lijkt het mij goed om de natuur ook mee te nemen in onze beschouwingen.
Verder definieert men in deze nota ruimtelijke kwaliteit als volgt:
Ruimtelijke Kwaliteit = Gebruikswaarde + Belevingswaarde + Toekomstwaarde.
Om ruimtelijke kwaliteit grijpbaar en bespreekbaar te maken heeft Habiforum (belast met de uitvoering programma vernieuwend ruimte gebruik waarbij wetenschap, beleid en praktijk bij elkaar worden gebracht om gezamenlijk vernieuwende oplossingen te ontwikkelen) een hulpmiddel in de vorm van een matrix ontwikkeld. Hierin worden de eerder genoemde waarden uitgezet tegen de belangen: Economisch, Sociaal, Ecologisch en Cultureel belang. Zo worden kwalitatieve waardering en maatschappelijke weging aan elkaar gekoppeld. Ruimtelijke kwaliteit wordt daarmee ook herkenbaar voor (politieke) discussie en besluitvorming. (beeld matrix)

Door deze manier van “meten” wordt het belang van alle betrokken partijen meegenomen in de bepaling van wat kwaliteit is. Om tot kwaliteit in de gebouwde omgeving te komen zullen alle acteurs in de bouwactiviteit: opdrachtgevers, eigenaars, architecten, projectontwikkelaars/woningbouwcoorperaties, aannemers en overheid kwaliteit moeten nastreven.

Er is geen wondermiddel om de kwaliteit van de gebouwde omgeving te verbeteren. Ik zal in het nu volgende stuk proberen aan te geven wat de kwaliteit of de niet kwaliteit is van een aantal onderdelen die bijdragen tot onze gebouwde omgeving. Sommige onderwerpen zal ik alleen even aansnijden door bijvoorbeeld een vraag te stellen. Ik wil trachten om u aan het denken te zetten over dit onderwerp. Het gaat niet alleen om mijn ideeën over kwaliteit, want ik ben maar één van de acteurs in het kwaliteits toneel.

De Architect
Wij zijn op dit eiland allemaal architect!!!
Vaak als ik in een gezelschap vertel dat ik architect ben dan is de reactie: bo ta pinta kas (je tekent huizen). Als ik in een rekalsitrante bui ben, hetgeen best vaak voor komt, antwoord ik dan met: no mi ta diseňa kas (nee ik ontwerp huizen). Vervolgens kijkt men mij dan verwonderd aan, van man doe niet zo moeilijk.
Maar wat is dan het verschil tussen ontwerpen en tekenen, want als je ontwerpt teken je ook, maar als je tekent ben je niet altijd aan het ontwerpen. Een goede ontwerper is bezig met maken van ruimte die een bepaalde beleving bij mensen opwekt, hij is instaat het gebouw te visualiseren voor dat het er staat, hij weet wat men zal beleven als men zijn gebouw betreed en wat het gebouw met de omgeving doet. Je zou het kunnen vergelijken met het componeren van muziek. Een verzameling noten is geen muziek net als een verzameling bouwstenen geen architectuur is. Een componist probeert met ritme, melodie en timbre een bepaald gevoel bij de luisteraar over te brengen. Een goede architect is met hetzelfde bezig.

(foto aki ta pinta kas)
Is iedereen die een huis kan tekenen architect? Neen.
Is iedereen die een opleiding heeft tot architect, TU bouwkunde afstudeerrichting architectuur of Academie van Bouwkunst heeft voltooid, een goede architect? Neen.
Zijn er mensen zonder een formele opleiding die goede architecten zijn? Ja.
Zou de titel “architect” op Curaçao beschermt moeten worden? Ja, niet om de “echte” architecten te beschermen, die moeten maar door hun kwaliteit laten zien dat ze beter zijn dan de zogenaamde architecten, maar je moet de titel beschermen als om de gemeenschap te beschermen, want zij moeten vaak de rest van hun leven zowel financieel als fysiek de consequenties dragen van de slechte architectuur. Als iemand bewust kiest om niet met een achitect te werken dan heb ik daar geen enkele moeite mee.

Bescherming van de titel levert een basis voor kwaliteit maar geen garantie voor kwaliteit. In Nederland is de titel architect vanaf 1993 beschermt, en toch staan er in Nederland veel lelijke gebouwen. Daarom moeten wij, architecten en universiteiten, ook heel hard gaan werken aan een stuk educatie op het gebied van architectuur, naast “monumento habri” zou er jaarlijks “architectura habri” moeten zijn. Mensen moeten kwaliteit gaan herkennen, en dan zullen ze er ook naar gaan vragen.

De overheid kan hier een voorbeeld functie in hebben. Al te vaak worden pleinen, parkjes en gebouwen gerealiseerd in opdracht van de overheid of overheids nv’s waar geen architect bij betrokken is. Voor grotere projecten worden buitenlandse architecten aangetrokken, terwijl op het eiland architecten zijn van minimaal een gelijkwaardige kwaliteit. Ik zou er nog begrip voor kunnen hebben als een architect van wereld faam uitgenodigd zou worden, denk aan het effect dat het Gugenheim van de Amerikaanse architect Frank Gerry op de stad Bilbao heeft gehad. Een bijzondere architectonische ingreep kan leiden tot verhoging van kwaliteits besef en streven. (foto Guggenheim Bilbao)

Als architecten moeten wij ook de hand in eigen boezem steken
Het gebeurt al te vaak dat wij architecten te veel bezig zijn met het realiseren van ons speeltje in plaats van te reageren op wat de plek vraagt.
Een goed voorbeeld van hoe het ook kan is de uitbreiding van de hogeschool van de kunsten in Arnhem van Hubert Jan Henket. Hij kwam tot de conclusie dat het gebouw van Rietveld zo mooi is dat er niets aan gebouwd moet worden, Hij heeft toen de faculteit van theater en dans ondergronds gemaakt. (foto faculteit voor dans en theater)
Zelf heb ik gestoeid met een opdracht die ik heb om op Saba een woning van ruim 600 m2 te ontwerpen. Op Saba bestaan er haast geen gebouwen van die grote. Ik heb de oplossing gevonden in het benaderen van de woning als een dorp in de bergen met een eigen plein, steeg en arcade.

Verder is een vaak terechte kritiek op architecten dat wij de budgetten overschrijden. Ik denk dat het belangrijk is dat we in de ontwerpfase een goede kostenbewaking uitvoeren, iedere ontwerpfase koppelen aan een raming en zorgen dat budget en programma op elkaar aansluiten voordat we beginnen met ontwerpen. Vaak zit er een factor twee tussen programma en budget (foto Hulshorst stramien 2100 i.p.v. 2400)


Stedenbouw
Op Curaçao wordt er weinig stedenbouw gepleegd, eigenlijk kennen we hoofdzakelijk verkavelingsplannen waarbij de stedenbouw is gemarginaliseerd tot het realiseren van zoveel mogelijk kavels op een terrein met de nodige ondergrondse nutsvoorzieningen en verharde wegen. Aandacht voor de stedelijke ruimte is er nauwelijks.
Wat ervaar je als je de wijk inrijdt?
Wil ik een straat met dichte wanden of meer een park achtige laan? (foto Emmastad en kaya Spenikok en churchill weg bij FOL)
Als iedereen hoge muren om zijn terrein maakt dan bepalen deze erfscheidingen de stedelijke ruimte, moeten we daar dan niet meer aandacht aan besteden?
Wat zie ik aan het uiteinde van de straat. (foto Schout bij nacht doormanweg)
Je zou kunnen zeggen dat een deel van de stedebouw architectuur is op een grotere schaal. Ben je als architect bezig met de beleving van de ruimte in het gebouw, is de stedebouwer bezig met de beleving van de ruimte van het ensemble van gebouwen, open plekken en natuur.

Natuurlijk zal de introductie van stedenbouw bij verkavelingsplannen op de nodige weerstand stuiten. Want een stedenbouwkundigplan omkadert de vrijheid van individuele de ontwerper per kavel.

Fundashon Kas Popular (FKP), stichting voor de volkshuisvesting zou een voortrekkers rol kunnen spelen bij de introductie van structurele stedenbouw op het eiland, aangezien zij honderden woningen per jaar bouwen en grote gebieden ontwikkelen. FKP is dan zowel eigenaar ontwikkelaar ontwerper en beheerder. Door deze combinatie is afstemming eenvoudig en zijn er minder partijen die overtuigd moeten worden van de toegevoegde kwaliteit van goede stedenbouw. Verder heeft de FKP ook een maatschappelijke taak. Misschien daarom verwacht ik van hen meer dan van de doorsnee ontwikkelaar. Mogelijk is dat niet terecht want de sociale woningbouw is bijna overal ter wereld ook door particulieren geïnitieerd.

Als FKP meer aandacht zou besteden aan de beleving van de ruimte tussen de woningen zouden er kwalitatief betere wijken ontstaan. Ik ben er trouwens van overtuigd verkavelingsplannen van ontwikkelaars ook een meerwaarde krijgen als er naast de aandacht voor de technische aspecten van het verkavelen ook aandacht voor de esthetische aspecten komt. En meerwaarde betekend meer geld. (foto fortuna ariba en sun valley sunset heights)

Sociale Woningbouw
Zeker in deze mindere tijden verzorgt FKP een groot deel van de bouwproductie op het eiland. De woningen die FKP bouwt zijn bouwkundig en uitvoeringstechnisch helemaal uitgedokterd. Maar de woningen verschillen op het eerste gezicht weinig met de eerste volkswoningen die DOW in 1944 heeft gebouwd. (foto woning)
Het zou best kunnen dat de vraag van toen niet anders is dan nu, maar als we kijken naar de auto industrie dan zouden wij nu een auto van 1944 niet meer accepteren, behalve als museum stuk, of Wabi. (foto auto 1944)

Ook in Nederland hebben ze lange tijd een standaard eengezinswoning bestemd voor een gezin met 2 kinderen gebouwd. Deze woningen waren ook helemaal gemarginaliseerd. Ontwikkelaars en Woningbouw coorperaties raken deze standaard woning nu niet meer kwijt. Vanaf de jaren negentig wil de klant toch iets meer dan zo’n standaard rijtjeswoning. Je ziet vanaf dat moment ook grotere differentiatie van woning typen ontstaan.

Er komt een moment dat de FKP woning niet meer geaccepteerd wordt vanwege bouwfysische, esthetische en mogelijk andere redenen. Moeten wij wachten tot de woningen niet meer verkocht/verhuurd worden of moeten wij er op anticiperen en mogelijk een voorbeeld functie vervullen? (Foto Hope Estate)

Bouwregelgeving
Kan een bouwverordening uit 1935 de kwaliteitseisen van 2005 waarborgen? Zijn de schrijvers van de huidige bouwverordening zo vooruitstrevend geweest dat die nog steeds niet aan vervanging toe is? Of is mogelijk onze ontwikkeling in de afgelopen 70 jaar zo minimaal geweest dat de verordening nog steeds voldoet?

In 1940 woonden er op Curaçao 67.000 mensen. We zijn hier nu met het dubbele aantal, dubbele aantal gebouwen en steeds minder ruimte. Als je alleen woont heb je haast geen regels. Met zijn tweeën komen er al regels en met zijn drieen weer meer afspraken, dus als de bevolking vanaf 1940 verdubbeld dan is de kans groot dat er meer regels nodig zijn om dezelfde woon- en leefkwaliteit te waarborgen. Daarnaast hebben we ook technologisch enorme sprongen gemaakt, dus je zou kunnen verwachten dat de regelgeving daarop afgestemd wordt. Beton bijvoorbeeld was in 1935 nog een nieuw bouwproduct.

Ik heb me in Nederland altijd verzet tegen allerlei in mijn ogen onzinnige regels, en toch zou ik hier willen pleiten voor verbeterde en nieuwe regels. (foto Goois Museum taatsdeur en Hulshorst interieur)

Het EOP bestaat ondertussen ook al meer 10 jaar, dus dat is ook aan herziening toe. Het EOP is eigenlijk een structuurplan, het geeft in grote lijnen aan binnen welke contouren het eiland zich dient te ontwikkelen. Het deel dat de historische binnenstad behandeld heeft trekken van een bestemmingsplan, maar biedt nog zoveel ruimte dat het mogelijk is om de historische binnenstad binnen de regels naar de verdoemenis te helpen.
Regels dienen voortdurend getoetst te worden aan hun hanteerbaarheid en effectiviteit.

St. Maarten heeft zich met vrij weinig regels ontwikkeld. St. Maarten heeft in de afgelopen 30 jaar een enorme economische groei gekend, maar op dit moment doe je op St. Maarten met de auto ruim een uur over een afstand van 7 km, met andere woorden je bent weer even snel als in de tijd dat je die afstand moest lopen. Volgens mij is er dan iets misgegaan in de ontwikkeling.


Opdrachtgeverschap
Goed opdrachtgeverschap betekent niet een dikke portemonnee hebben. Voor particulieren betekend het met name veel doorzettingsvermogen hebben en ondanks de uitputtingslag van het bouwproces steeds voor kwaliteit blijven kiezen.

Voor professionele opdrachtgevers zoals ontwikkelaars betekent het dat ze moeten inzien dat de architect hun belangrijkste adviseur is (naast de advocaat).
Door de diensten van een architect kan een ontwikkelaar zijn doelstelling duurzame ontwikkeling gekoppeld aan winst, waarmaken.
Dan moet er wel sprake zijn van synergie waarbij beide partijen elkaar iets 'gunnen'. Dat is vaak niet het geval. De ontwikkelaar vindt dat de architect zijn zakken 'plundert' en de architect is niet bereid om in de huid van de ontwikkelaar te kruipen die producten wil maken die de markt af wil nemen. Er is van synergie sprake als een architect begrijpt wat een ontwikkelaar wil en de ontwikkelaar de architect vervolgens de ruimte geeft om een zeker kwaliteitsniveau te realiseren. (correspondentie met Eric Amory, ontwikkelaar Amsterdam)

Klimaat
Kunt u zich voorstellen dat er in Nederland een woning wordt gebouwd waarvan de binnen temperatuur niet hoger dan 15 graden is te krijgen. Denkt u dat men dat zou accepteren?
Hoe komt het dan dat wij op Curaçao wel ovens accepteren om in te werken en wonen? Wat is er met ons gebeurd dat klimaatbewust ontwerpen en bouwen niet meer een van elfsprekendheid is?

Vele eeuwen geleden is de mens gaan bouwen om zich te beschermen tegen de weersinvloeden. Veel van onze gebouwen voldoen niet aan deze primaire eis. Dit zal men op gegeven moment niet meer accepteren(de steeds hogere energie prijzen zullen hier zeker een rol bij spelen), en ontwerpers en bouwers zullen aansprakelijk gesteld gaan worden voor het ontwerpen van ovens. (foto pleintje)

Als de overheid eisen zou gaan stellen aan de isolatie waarden van gevels en daken en de mate van luchtdoorstroming per vertrek in een gebouw (bij natuurlijke ventilatie), dan kunnen wij op eenvoudige wijze een sprong maken in de verbetering van het binnen klimaat van de gebouwen. (foto Wallé)

In de Trouw van 30 september 2005 zegt Carel Weeber het volgend over bouwen op Curaçao: Dat doen ze daar helemaal verkeerd. De daken maken ze van zink, waardoor het binnen een broeikas wordt. Met dure investeringen in airco’s lossen ze dat probleem op. Maar vaak is daar geen geld voor, met als gevolg dat mensen door de hitte weinig presteren. Ze liggen vaak voor pampus op bed. Het eiland raakt zoveel energie kwijt, ik schat dat zeker de helft van de menskracht verloren gaat door de hitte. Zelf zien ze dat niet, omdat ze niet anders weten. Maar het is een ernstig probleem, waar ik iets aan wil doen. Veel mensen bouwen daar hun eigen huis.
Ik ga een handboek schrijven hoe ze dat moeten doen.
Ze moeten de daken dikker maken en beter isoleren om de hitte buiten te houden. Met mijn eigen huis zal ik demonstreren hoe het moet. Ik denk dat ze dat van mij wel accepteren, omdat ik daar een bekende architect ben.”

Zoals vaker bij de heer Weeber moet je deze tekst met een korreltje zout nemen. Maar het prikkelt wel het denken en daar gaat het om. De heer Weeber heeft in Nederland ook meerdere malen een impuls gegeven tot het anders gaan denken over vastgeroeste fenomenen in de bouw.

Cultuur
Twee weken geleden hadden we de siman di kultura (week van de cultuur). Naar het programma kijkend was het meer een siman di folklor (week van de folklore), de aandacht was hoofdzakelijk op de folklore in de Curaçaose cultuur, maar hoort bijvoorbeeld de moderne jazzmuziek van Izaline Kalister, Randall Corsen Eric Calmes en Sedrik Dandare niet een veel prominentere plek te hebben in een week van de cultuur?.
Wat mij ook was opgevallen is dat er, op een expositie van oude bouwgereedschappen na, geen aandacht was voor de gebouwde omgeving. Terwijl het woord architectuur zo nauw verweven is met cultuur.

Om tot een verbetering van kwaliteit van de gebouwde omgeving te komen zullen we ons moeten realiseren dat bouwen meer is dan het stapelen van stenen, meer dan alleen een rationeel technisch vraagstuk. Het is ook het vormgeven van cultuur. Het is niet voor niets dat het culturele belang in de matrix van Habiforum is opgenomen. Sir Christopher Wren (1632-1723) schreef er het volgende over: los edificios publicos son el ornamento de un pais, erige una nacion, estimula a las personas y el comercio, hace que la gente estime su pais. Vrij vertaald: de publieke gebouwen zijn het gezicht van een land, ze vormen een natie, stimuleren de mensen en de economie en doen de mensen van hun land houden.

Zouden de mensen die verantwoordelijk zijn voor de centrale bank en het luchthavengebouw zich hebben gerealiseerd dat ze bezig waren met het vormgeven van een stukje van de identiteit van de Curaçaoenaar? Als ze zich dat hebben gerealiseerd welke identiteit willen ze ons dan aanmeten? (foto centrale bank en hato oud en nieuw

 


Slot
Ik denk dat alle acteurs op dit eiland hun rol moeten verbeteren om tot een verbetering te komen van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. We kunnen blijven steken in het aangeven van wat de ander niet goed doet maar laat ieder voor zich vanuit zijn eigen discipline kijken wat hij kan verbeteren en vervolgens samen aan een goede synergie werken tussen alle acteurs.

 

 

3 oktober 2005
Lyongo Juliana (architect en wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen)